

Hans Bayens – Amsterdams postimpressionist
Robert Didden15 uur geleden
Recent is een fraai en groot staand naakt van Hans Bayens toegevoegd aan de collectie van Bruning & Heintz. Dit schilderij is een typisch voorbeeld van het postimpressionisme in Bayens schilderijen en beelden. Bayens was een uitgesproken dubbeltalent dat in de tweede helft van de vorige eeuw zijn eigen weg bewandelde.

Hans Bayens - naakt
Hans Bayens werd in 1924 geboren in Hastière-Lavaux, in België. Zijn ouders hadden daar een atelier op de moutzolder van een oude bierbrouwerij. Beiden waren kunstschilder en politiek links georiënteerd. Zijn vader Han (1876-1945) was in zijn tijd redelijk bekend en zijn werk werd door verschillende musea aangekocht. Zijn moeder Elisabeth Polak (1891-1965) was een goede amateurschilder. Niet verwonderlijk dus dat Hans opgroeide tussen verf, lijsten, doeken en schilderijen. In een interview op latere leeftijd vertelde hij dat het voor zijn ouders vanzelfsprekend was dat hij schilder zou worden.
Zijn vader Han had een zaak in schildersmaterialen in het oude stadshart van Antwerpen. Samen met zijn tweede vrouw, Elisabeth, trok hij veel door Frankrijk en België. In 1924 werd Hans geboren. Niet lang daarna verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar vader Han naam maakte als kunstenaar. Door de crisisjaren kon het gezin echter niet rondkomen van de opbrengsten van zijn werk. Hans groeide op in relatieve armoede.
In de jaren ‘30 tekende Hans veel. Hij bezocht regelmatig het Stedelijk Museum, waar hij kennismaakte met zowel de Haagse als de Amsterdamse School. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, bleef hij in de laatste jaren van de oorlog vaak thuis. In een schuurtje in de tuin maakte hij zijn eerste beelden. Na zijn eindexamen aan het Barlaeus Gymnasium wilde hij beeldhouwer worden. Na het overlijden van zijn vader in 1945 deed hij het jaar daarop toelatingsexamen in Antwerpen, waarvoor hij slaagde. Hij werd toegelaten tot het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK), waar zijn veelzijdige talent al tot uiting kwam. Hij tekende er en maakte wandtapijten en etsen. Zijn tijd aan het HISK was van groot belang voor zijn artistieke ontwikkeling. Hij was onder de indruk van het werk van Rik Wouters en de Vlaamse expressionisten. Ook bekwaamde hij zich verder in het vervaardigen van sculpturen. Na drie jaar vertrok hij voor een aantal maanden naar de Borinage om daar te tekenen. Zoals gezegd was hij links georiënteerd en wilde hij met zijn kunst de gemeenschap dienen. De Borinage was een armoedige mijnstreek in Wallonië, die al veel kunstenaars (Van Gogh, Israëls) vóór hem hadden bezocht. Het zoeken naar een eigen stijl en vorm zette hij voort in Parijs, waar hij in het Louvre talloze tekeningen naar werken van oude meesters maakte.
In 1951 keerde hij terug naar Amsterdam, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. Inmiddels was het geweld van Cobra losgebarsten. Bayens rekende zich tot De Realisten, een groep kunstenaars die de ‘werkelijkheid op herkenbare wijze tot uitgangspunt heeft’. Samen met collega’s als Theo Kurpershoek, Metten Koornstra en Nicolaas Wijnberg maakte hij litho’s, onder meer naar aanleiding van de watersnoodramp in Zeeland in 1953. Daarnaast vervaardigde hij grotere en monumentale kunstwerken. Door de naoorlogse wederopbouw was er grote vraag naar decoratieve kunst voor nieuwe, grote gebouwen. Bayens maakte onder andere wandkleden en muurschilderingen voor fabrieks- en schoolgebouwen.

De Realisten met Hans Bayens
De realisten, met staand helemaal rechts Hans Bayens
Eind jaren ’50 richtte hij zich steeds meer op schilderijen en sculpturen in klein(er) formaat. In een later interview vertelde hij weinig op te hebben met beeldhouwen. Hij wilde zich beperken tot het werken met klei, vanuit de gedachtewereld van het schilderen. Bovendien vond hij het fysiek aangenaam om met klei te werken. Zijn talent kwam het best tot zijn recht in kleiner werk. Hij schilderde spontaan en onbevangen, vakkundig. Hij werkte zonder vooropgezette ideeën of theorieën en zonder de decoratieve benadering die zijn monumentale kunstwerken kenmerkte.Goedings (1995) typeerde zijn stijl als postimpressionistisch. Vanuit die stijl richtte Bayens zich op onderwerpen die dicht bij hem stonden en hem persoonlijk raakten. In interviews gaf hij aan vooral plezier te willen beleven aan zijn werk. Hij hield zich liever niet bezig met theorieën of met tegenstellingen tussen bijvoorbeeld figuratieve en abstracte kunst.

Hans Bayens
Vanaf het midden van de jaren ’60 begon Bayens steeds meer bekendheid te krijgen bij het brede publiek, mede dankzij een reeks goed ontvangen tentoonstellingen. Ook kunstcritici waardeerden zijn werk en wezen op de verwantschap met dat van Rik Wouters en Walter Vaes. Zij prezen zijn gevoelige schildertrant, die zowel vakkundig als spontaan was en waarin het menselijke aspect centraal stond. Inmiddels had hij een atelier betrokken in een pand dat hij deelde met zijn collega en vriend Harry op de Laak. Daar schilderden en boetseerden zij samen. Begin jaren ’70 deed zich een crisis voor in Bayens’ leven en ontmoette hij zijn tweede vrouw, Annelies, die hem veel steun bood. Ook uitgever Geert van Oorschot hielp hem door ervoor te zorgen dat hij opdrachten voor sculpturen kreeg. Bayens maakte beelden van tal van Nederlandse schrijvers. De sculpturen van Nescio, Thijssen en Multatuli behoren tot zijn bekendste werken. Zo is De Titaantjes in het Oosterpark in Amsterdam te bewonderen. Daarnaast schilderde en boetseerde hij portretten van vele anderen, onder wie Willem Drees, Wim Kan en Kees Verwey.
Bayens’ thema’s zijn door de jaren heen hetzelfde gebleven. Vaak beeldde hij alledaagse taferelen uit, binnenshuis, aan het strand of in het circus. Het liefst portretteerde hij gewone mensen, verzonken in gedachten, lezend in een boek of zichzelf beschouwend in een spiegel, zoals in het recent verworven Naakt.Zijn werk moet worden gezien in de traditie van grote Nederlandse meesters als Isaac Israëls en George Breitner. In een interview naar aanleiding van een grote overzichtstentoonstelling in het Singer Museum vertelde hij dat werken in een traditie voor hem van groot belang was. Volgens Bayens is overdracht binnen een traditie onontbeerlijk: men kan niet zomaar vanuit het niets beginnen. Naar eigen zeggen stond hij op de schouders van Verwey, Breitner, Wouters en anderen.
Hans Bayens overleed in 2003 en liet een omvangrijk oeuvre na. Ondanks de vele stormachtige kunststromingen om hem heen bleef hij trouw aan zichzelf en vervolmaakte hij zijn impressionistische stijl in schilderijen en bronzen beelden.Zijn werk getuigt van een sterke betrokkenheid bij mensen. Hij bezag de wereld om zich heen met een liefdevolle en onderzoekende blik. Hieronder is een fraai zelfportret te zien, waarin zijn onderzoekende blik naar voren komt. Het portret prijkt ook op de omslag van zijn prachtig geïllustreerde monografie.
Bronnen
Bayens, A. (2004). Hans Bayens. Schilder en plein air (1924-2003). Amsterdam: Peco. Boekje verschenen bij de tentoonstelling ‘Het landschap van Hans Bayens’ in Kasteel Groeneveld te Baarn.
Mechiels, K., Goedings, T., & Erftemeijer, A. (1995). Bayens. Wijk en Aalburg: Pictures Publishers. Zie hoofdstuk ‘Schilder en tekenaar’ van Truusje Goedings (p. 9-104).
Youtube
Interview met Hans Bayens (in het Engels) (oktober 2000). Aspect Productions.
Radio interview
Het gaat om iets te veroveren (1996). Aanleiding was een overzichtstentoonstelling in het Singer Museum te Laren.
Website
Aanbevolen kunststof

De Realistenhans bayensIsaac IsraëlsRik Wouters
Hans Bayens – Amsterdams postimpressionist
Robert Didden15 uur geleden

Geer van VeldePiet MogetBijzondere vondst
De verrassingen van de kunsthandel: drie bijzondere vondsten van Geer van Velde uit Frankrijk
Hans Heintz8 dagen geleden

Voerman museumPeter Voermanjan voerman juniorCornelis VreedenburghVerkade albumsJan Voermanjo koster
Jan Voerman Jr – Van illustrator naar gevierd schilder
Robert Didden1 maand geleden
