Anthony Pieter Schotel
1890 (Dordrecht, Nederland) - 1958 (Laren, Nederland)
Over de kunstenaar
Anthonie Pieter Schotel wilde al van jongs af aan schilder worden. Zijn keuze voor het kunstenaarschap stond dan ook al vroeg vast. Op vijfentwintigjarige leeftijd huurde hij een atelier aan de Bomkade in Dordrecht, waar hij zich verder ontwikkelde als schilder. In 1926 verhuisde hij naar Volendam, een omgeving die hem als schilder van water en schepen bijzonder veel inspiratie bood. Vanaf 1929 woonde en werkte hij in Laren, waar hij tot zijn overlijden in 1958 zou blijven. Schotel was een afstammeling van de beroemde negentiende-eeuwse zeeschilder Johannes Christiaan Schotel. Hoewel hij daarmee in een belangrijke Nederlandse schildertraditie stond, ontwikkelde Anthonie Pieter Schotel een geheel eigen en herkenbare stijl. Het water en de scheepvaart vormden gedurende zijn hele carrière zijn voornaamste inspiratiebronnen. Hij had een bijzondere voorliefde voor de botters op de Zuiderzee en wist de sfeer van havens, schepen en het voortdurend veranderende licht boven het water op treffende wijze vast te leggen. Zijn schilderijen kenmerken zich door een grote gevoeligheid voor atmosfeer. Vaak zijn de voorstellingen opgebouwd in tere, gedempte grijze en blauwgrijze tonen, waarin schepen, kades en gebouwen soms bijna lijken op te lossen in het licht. De vormen zijn niet hard omlijnd, maar worden door het gefilterde licht en de vochtige lucht verzacht. Juist daardoor ontstaat in zijn werk een bijzondere verstilling en een gevoel van ruimte. De aanleg van de Afsluitdijk en de daarmee samenhangende veranderingen aan de Zuiderzee brachten Schotel ertoe ook andere gebieden op te zoeken. Hij werkte onder meer in Zeeland en Rotterdam, waar hij nieuwe havens, schepen en watergezichten vond. Ook daar bleef zijn belangstelling uitgaan naar de wisselwerking tussen water, licht en atmosfeer. Zijn werk is daardoor niet alleen een schilderkunstig verslag van het Nederlandse landschap, maar vormt ook een beeld van een tijd waarin de traditionele zeilvaart en het leven rond havens en water ingrijpend veranderden. Naast zijn bekende water- en havengezichten schilderde Schotel ook stadsgezichten en stillevens. Zijn reizen naar Frankrijk vormden daarbij een belangrijke bron van nieuwe indrukken. In 1923, 1924 en 1936 bezocht hij onder andere Normandië, Bretagne en de Rivièra. Later reisde hij ook naar Parijs. De Franse reizen brachten een ander palet en nieuwe onderwerpen in zijn werk. Vooral zijn stadsgezichten uit Parijs onderscheiden zich door een levendiger en kleurrijker karakter, terwijl zijn grote gevoel voor sfeer en licht behouden bleef. Hoewel Anthonie Pieter Schotel gedurende zijn leven verschillende onderwerpen schilderde, vormt zijn liefde voor het water de constante in zijn oeuvre. Of het nu gaat om een botter op de Zuiderzee, een haven in Zeeland of een gezicht op Rotterdam: steeds weet hij de bijzondere stemming van een plaats en een moment vast te leggen. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van traditie en vernieuwing. Enerzijds sluit hij aan bij de grote Nederlandse traditie van de zee- en landschapsschilderkunst, anderzijds geven zijn losse toets en atmosferische benadering zijn schilderijen een geheel eigen karakter. Het werk van A.P. Schotel is opgenomen in de collecties van verschillende Nederlandse musea, waaronder het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en het Dordrechts Museum. Zijn schilderijen worden gewaardeerd om hun herkenbare sfeer, subtiele kleurgebruik en de bijzondere wijze waarop hij het Nederlandse waterlandschap en de wereld van schepen en havens heeft weten vast te leggen.







