George Martens
Zittend naakt



Over het schilderij
Treffend werk van Groninger ploeger George Martens. Zijn naaktstudies onderscheiden zich door een expressieve en directe weergave, waarbij hij de menselijke vorm met krachtige lijnen en kleuren vastlegde. Deze werken vormen een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre en getuigen van zijn vaardigheid in het vastleggen van de menselijke anatomie en expressie. George Martens gebruikte vaak modellen voor zijn naaktstudies. Hoewel de specifieke identiteit van deze modellen niet altijd gedocumenteerd is, zijn er aanwijzingen dat hij regelmatig gebruikmaakte van modellen uit zijn directe omgeving. In zijn werk zijn diverse naaktstudies te vinden, zoals de "Liggend naakt" uit 1929 en "A nude smoking" uit 1937, die beide olieverfschilderijen zijn. Daarnaast zijn er tekeningen van naakten, zoals de "Zittende naakte dame", die met bruinkrijt op papier zijn uitgevoerd . Hoewel de namen van de specifieke modellen niet altijd bekend zijn, is het waarschijnlijk dat Martens gebruikmaakte van modellen uit zijn artistieke kring of persoonlijke netwerk. Wellicht zelfs amoureus !
Over de kunstenaar
Gijsbert George Martens kreeg zijn eerste teken- en schilderonderricht van zijn vader. In 1912 vervolgde hij zijn opleiding aan de Academie Minerva te Groningen, waar hij zijn latere vrouw Alida Pott leerde kennen. Ook raakte hij er bevriend met Johan Dijkstra en Jan Wiegers. Samen met hen stond hij in 1918 aan de wieg van de Groninger Kunstkring De Ploeg, waarin Martens verschillende bestuursfuncties vervulde. Martens schilderde, aquarelleerde en tekende aanvankelijk in een expressionistische stijl. Zijn werk kenmerkt zich door krachtige kleuren, een vlotte penseelvoering en een levendige weergave van zijn omgeving. Hij schilderde vooral stadsgezichten en landschappen, maar ook portretten, stillevens en naakten. Daarnaast maakte hij etsen, litho’s en houtsneden. Vanaf de jaren dertig werd zijn stijl geleidelijk impressionistischer. Een belangrijke inspiratiebron vormden de havens, schepen en landschappen van Groningen en Drenthe. In 1931 kocht Martens een tjalk, de Alida, die hij als varend atelier gebruikte. Zijn werk vormt daarmee een karakteristieke weerspiegeling van het Groningse kunstenaarsleven in de eerste helft van de twintigste eeuw.
