Gerard-Johan Staller
Straattafereel in de Joodse buurt van Amsterdam



Over het schilderij
Deze grote aquarel van Gerard Johan Staller is een prachtig voorbeeld van zijn vermogen om niet alleen het Amsterdamse straatbeeld, maar vooral het dagelijkse leven van de bewoners vast te leggen. Staller werd niet voor niets "de schilder van het Amsterdams-Joodse volksleven" genoemd; juist de menselijke verhalen stonden centraal in zijn werk. In de voorstelling kijken we uit op een smalle Amsterdamse straat, geflankeerd door karakteristieke zeventiende-eeuwse gevels met hoge stoepen en grote vensterpartijen. De huisnummers 91 en 93 zijn duidelijk zichtbaar en geven de scène een bijna documentaire precisie. De warme oker- en zandtinten van de gevels contrasteren subtiel met de grijsgroene deuren en kozijnen, waardoor de aquarel een zachte, harmonieuze uitstraling krijgt. De straat bruist van het alledaagse leven. Op de voorgrond zijn buurtbewoners verwikkeld in een gesprek: een oudere man met een volle witte baard spreekt met twee vrouwen, van wie één een witte schort draagt en een koperen ketel in de hand houdt. Op de stoep leunt een man in de deuropening toe te kijken, terwijl achter de ramen en deuropeningen andere bewoners zichtbaar zijn. Links loopt een kind met een emmer voorbij en een loslopend hondje snuffelt over de keien. Deze ogenschijnlijk onbeduidende momenten geven het werk een levendige en menselijke sfeer. Hoewel de compositie zorgvuldig is opgebouwd, oogt het tafereel volkomen spontaan. De hoge gevelwand vormt een monumentale achtergrond, terwijl de figuren op straat het oog langs de verschillende ontmoetingen leiden. Staller gebruikt de transparantie van de aquarel om het zachte daglicht over de gevels te laten glijden; schaduwen blijven licht en atmosferisch, waardoor de scène een bijna nostalgische gloed krijgt.
Over de kunstenaar
Gerard Johan Staller was een Nederlandse kunstschilder, illustrator , tekenaar, graficus, aquarellist, etser, en plateelschilder, hij werkte aanvankelijk voor de keramische industrie, maar ging zich later geheel op de schilderkunst toeleggen en werd genoemd de schilder van het Amsterdamse Joodse volksleven. Behalve een paar reizen naar België, Duitsland en Algerije werkte hij bijna zijn gehele leven in Amsterdam, waar hij ook zijn opleiding genoot aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers, het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs en de Rijksakademie van beeldende kunsten. Hij was een leerling van August Allebé. Hij was in 1913 winnaar van de Willink van Collenprijs. Staller was regelmatig te vinden in Artis met zijn schetsboek en schilderde ook voornamelijk Amsterdamse stadsgezichten en volkstaferelen in de Joodse buurt rond het Waterlooplein en de Jordaan. Staller was lid van Arti et Amicitiae in Amsterdam en de Vereeniging Sint Lucas ook in Amsterdam. Hij was leraar van Frits Schiller, de amateur-schilder die het Schiller Hotel annex café op het Amsterdamse Rembrandtplein bezat. In 2022 verscheen een boekwerk over de Joodse buurt in Amsterdam met daarin veel werken van Staller: "Het Joodse proletariaat, 1900-1940 in woord en beeld", door Selma Leydesdorff


