

Vervalsingen in de kunst: risico’s, valkuilen en realiteit
Hans Heintz18 dagen geleden
Vervalsingen zijn zo oud als de kunst zelf. Door de eeuwen heen zijn talloze meesterwerken nagemaakt, gekopieerd of slim “geïnspireerd” door het origineel. Soms uit puur economisch gewin, soms omdat men de bewonderde meester wilde imiteren en niet zelden uit beide motieven. Wat de reden ook is, vervalsingen vormen tot op de dag van vandaag een hardnekkig probleem in de kunstmarkt.
Goed te herkennen… of juist niet
Veel vervalsingen zijn op het eerste gezicht door kenners te herkennen. Het penseelgebruik klopt niet, het doek is te nieuw, de handtekening is twijfelachtig of het verhaal rammelt. Maar soms zijn ze verrassend overtuigend. Sommige vervalsers beschikken over zo’n verfijnde techniek dat ze zelfs ervaren specialisten om de tuin weten te leiden. Dat is niet alleen een theoretisch risico: zelfs musea en topgaleries zijn door de geschiedenis heen meerdere keren in val gelopen. Sommige experts stellen dat ongeveer 10-20% van alle kunst wereldwijd vals kan zijn (deze cijfers worden vaak genoemd in media, maar zijn geen wetenschappelijk vastgestelde percentages).
Het overkomt dus letterlijk iedereen. Denk aan de beroemde galerie Noortman, of aan hoge nazi-functionarissen die in de jaren ’40 werk kochten van meestervervalser Han van Meegeren, volledig overtuigd dat het om authentieke Vermeers ging. Ze trapten er met open ogen in. En aan hoeveel mensen heeft de beroemde meestervervalser Geert Jan Jansen wel niet nep schilderijen verkocht ?

Han van Meegeren aan het werk
Ook wij zien ze langskomen
Onze galerie krijgt regelmatig valse of tenminste twijfelachtige werken aangeboden. Zeker vanaf een foto is het niet altijd direct duidelijk of een werk authentiek is. Een snelle aanname doen is gevaarlijk, maar helemaal uitsluiten is onmogelijk: de kunstmarkt is geen wiskunde.
Bovendien dwingt de markt soms tot snel handelen. Sommige kansen moet je grijpen voordat iemand anders dat doet. Dat maakt het evenwicht tussen risico en verantwoordelijkheid extra spannend.
Hoe wij risico’s verkleinen
Hoewel vervalsingen nooit volledig uit te bannen zijn, kunnen ze wel sterk worden beperkt. Wij kijken onder andere naar:
- ✔ Provenance (herkomst): Bij elk werk proberen we de route te reconstrueren: waar kwam het vandaan, bij wie hing het, en wat is gedocumenteerd? Een sterke provenance is vaak de beste verzekering tegen vervalsingen.
- ✔ Specialistische second opinions: Hoewel we zelf veel expertise hebben op de kunstenaars in onze collectie, schakelen we bij nieuwe kunstenaars of twijfelgevallen graag een specialist in. Zeker bij grote namen is dat essentieel. Overigens zijn niet alle zelf uitgeroepen "specialisten" een 100% garantie. Zelfs Karel Appel zelf bleek niet altijd zeker te zijn of een werk wel of niet door hem gemaakt was.
- ✔ Extra bewijsmateriaal: Publicaties, tentoonstellingslijsten, catalogi raisonnés of veilingresultaten kunnen een werk informeren en verankeren in de tijd.
- ✔ Fysieke inspectie: Wanneer het werk niet alleen op foto maar in werkelijkheid bekeken kan worden letten we onder andere op: ouderdom en materiaalslijtage, signatuurcontrole, eventueel onder UV-licht–gebruikte materialen en dragers– etiketten, galerie- of museumstickers aan de achterzijde, technische details die alleen in het atelier van de kunstenaar voorkomen. Goed letten op de signatuur is nuttig maar geeft zelden uitsluitsel. Signaturen kun je relatief makkelijk namaken. Verder zijn signaturen niet altijd constant gedurende het leven van de kunstenaar.
Toch blijft het mensenwerk. En waar mensen werken, worden soms fouten gemaakt. Dus als wij met een vervalsing blijken te zitten, moeten we ons verlies nemen en mogelijk het betreffende werk fysiek vernietigen.
De psychologische valkuil: willen geloven
Een interessant aspect is de menselijke neiging om in sprookjes te geloven. De gedachte dat je "de vondst van je leven" in handen hebt, is voor sommige kopers en soms ook voor verkopers onweerstaanbaar. Dat werkt vervalsers in de kaart, maar hoort ook een beetje bij de dynamiek van de markt.
Een voorbeeld uit onze eigen praktijk: enkele jaren geleden kregen wij een “Van Gogh” aangeboden door een Amerikaanse antiekhandelaar. Zonder veel nadenken zeiden we: “Geen interesse”. Het leek te mooi om waar te zijn en dat is het meestal ook. Maar dit keer niet: het bleek later het duurste werk dat jaar op TEFAF te zijn. Wonderen bestaan dus wel degelijk, en alle risico’s uitsluiten kan alleen als je helemaal niets meer aankoopt. En dat is geen optie in een levendige kunstmarkt.
Conclusie: het hoort erbij
Vervalsingen zijn een realiteit waar elke galerie, verzamelaar en museum mee te maken heeft. Met grondige research, expertise en een gezonde dosis scepsis kun je het risico aanzienlijk beperken maar nooit tot nul reduceren. Feitelijk hoort het er een beetje bij: waar gehakt wordt, vallen spaanders.
Aanbevolen kunststof

Vilmos HuszarDe StijlHerstelconferentieBeelaerts van BloklandSergej EisensteinDelpher
Een onverwachte ontdekking: Vilmos Huszár en de Haagse herstelconferenties
Hans Heintz13 dagen geleden

Jaap WeijandCharley TooropBergense SchoolDer blaue ReiterKirchnerHendrik Nicolaas WerkmanGroninger PloegWassily KandinskyExpressionismeAlexej von JawlenskyLeo GestelJan WiegersDie Brücke
Duits expressionisme en de invloed op Nederlandse stromingen
Hans Heintz5 dagen geleden

Nano Banana
De penseelstreek van de toekomst: AI en de transformatie van de schilderkunst
Hans Heintz1 maand geleden
