Wat voor kunstwerk zoekt u?
Louise
Louise
Louise
👋 Hallo! Ik ben Louise. Wat voor schilderij zoek je ? Wilt u iets verkopen, zoek dan direct contact met ons.
Koeien in de wei...Golven tegen rotsen...Kleurrijk expressionistisch...
Bericht sturen betekent akkoord met ons privacybeleid.
Jan Roëde – Kleur als uitgangspuntJan Roëde – Kleur als uitgangspunt

Jan Roëde – Kleur als uitgangspunt

Robert Didden20 uur geleden

Vorig jaar kocht ik bij Bruning & Heintz een fraai schilderij van Jan Roëde, getiteld ‘Happy Family’. In hun collectie zitten schilderijen met uiteenlopende stijlen, die een grove dwarsdoorsnede geven van Roëdes kunstenaarschap gedurende enkele decennia. Ondanks de verschillende stijlen hebben alle schilderijen kleur als uitgangspunt. Roëde was een colorist pur sang, die ook iets van humor wilde leggen in zijn schilderijen.
Happy Family - Jan Roëde
Happy Family - Jan Roëde
Tijdens een interview op zijn atelier in het voorjaar van 1993, hij was toen 78 jaar oud, vertelde hij dat hij niets zag in de “loodzware ernst van de kunst”, en dat het:
Belangrijk is dat ik een glimlach krijg van wat ik maak.
Ik twijfel er niet aan dat Roëde een glimlach op zijn gezicht had toen hij ‘Happy Family’ schilderde. Die glimlach heeft hij geprojecteerd op de gezichten van vader, moeder en dochter. Zo te zien een gelukkig gezin, met humor. Misschien zelfs met milde zelfspot of verwondering.
Jan Roëde - Pulchri Studio Tentoonstelling Nederlandsche Kunst van Heden
Jan Roëde - Pulchri Studio Tentoonstelling Nederlandsche Kunst van Heden
Jan Roëde werd geboren in 1914 in Groningen. Zijn vader, die onder andere bij uitgeverij Van Gorcum werkte, overleed al vroeg in zijn leven. Met zijn moeder trok hij naar Den Haag waar ze als gezelschapsdame in dienst kwam bij een weduwnaar. Roëde liet al op jonge leeftijd tekentalent zien en volgde opleidingen tot reclametekenaar en graficus. Al gauw werd hij gevraagd om illustraties te maken. Zo illustreerde hij bijvoorbeeld de bundel ‘Vijftig dwaasheden’ van Simon Carmiggelt, die in 1940 door uitgeverij Stols werd gepubliceerd (zie foto). Twee jaar later illustreerde hij een tentoonstellingsaffiche voor Pulchri Studio (zie foto). Ondertekenen deed hij toen nog met Roede.
Nadat Willem Hussem hem begin jaren ’40 de basistechnieken had geleerd, begon hij te schilderen. Hij verwierf al snel een naam en kreeg in 1945 zijn eerste solotentoonstelling in Den Haag. Waarna Willy Boers hem uitnodigde om in 1946 deel te nemen aan de tentoonstelling ’12 schilders’ in het Stedelijk te Amsterdam. Naoorlogse kunst stond in het teken van vrijheid en het afschudden van traditionalisme. In de collectie van Bruning & Heintz bevinden zich twee kunstwerken (‘Drie gekke mannetjes’ en ‘Strandplezier’) uit 1945-1946 waarin iets van deze herwonnen vrijheid is uitgebeeld. Maar er was veel onbegrip en verontwaardiging met betrekking tot de opkomende abstracte kunst en het gebruik van ‘kindertekeningen’. Een recensent verwoordde dit als volgt:
Tekeningen als van Jan Roede kunnen door een kind uit de eerste klas van de lagere school zijn gemaakt.
Zijn werk is verwant aan dat van Cobra. Een uitnodiging om lid te worden van Cobra sloeg hij evenwel af. Ofschoon er overeenkomsten waren tussen Roëdes kunst en die van Cobra, paste hij niet goed bij deze groep vanwege haar dogmatiek en luidruchtigheid. Omdat Roëde wars was van manifesten en dogma’s sloot hij zich ook niet aan bij Verve en Fugare. Liever liet hij zich leiden door het Zen-Boeddhisme, waarmee hij in 1943 in contact was gekomen.
Voor veel kunstenaars was Parijs de artistieke hoofdstad. Zo verbleef ook Roede 1946-1947 in deze stad. Zijn naam veranderde hij in Roëde omdat de Fransen moeite hadden om zijn naam uit te spreken. Deze naam bleef hij gebruiken, ook nadat hij in Nederland teruggekeerd was. In Parijs gaat hij experimenteren met kleur, lijn, vorm en compositie. Zijn kunst toonde verwantschap met die van Miro en Matisse, maar was toch heel eigen. Een typerend voorbeeld is het kunstwerk in de collectie met als titel ‘Dansende kinderen bij een draaimolen’ van eind jaren ’40. En vooral het schilderij uit 1946, getiteld ‘Kinderen en kat’ , dat al veel kenmerken heeft van Roëdes latere herkenbare stijl.
Rond die tijd raakte hij ook geboeid door het ‘omgekeerd kleurenperspectief’, dat de grondslag zou gaan vormen voor veel van zijn schilderijen. In het interview uit 1993 legt hij kort uit wat dit is: koele kleuren op de voorgrond en warme kleuren op de achtergrond. Dat experts dit niet opmerkten, bezorgde hem toen veel plezier, zo vertelt hij zichtbaar geamuseerd.
In de tweede helft van de jaren ’50 exposeert hij in De Posthoorn, waar hij gelijkgestemden tegenkwam als Willem Hussem, Jan Cremer en Jaap Nanninga. Op tentoonstellingen bij De Posthoorn hingen figuratieve en niet-figuratieve werken door elkaar. Na de oorlog stond vrijheid immers bovenaan. Aan het eind van dat decennium vond hij zijn eigen stijl en werkwijze, die hij als volgt typeert:
Ik componeer niet, ik schilder en weet niet wat het worden gaat.
Eind jaren ’50 en gedurende de jaren ’60 maakt Roëde voornamelijk ‘figuratieve’ schilderijen. Daarin komen telkens een aantal thema’s terug, waaronder mensfiguren in een interieur. ‘Happy family’ en ‘Twee figuren voor een blauwe deur’ zijn daarvan fraaie voorbeelden. Daarnaast zien we voertuigen of vehikels als thema terugkeren, waaronder ‘Woonwagen onder de palmbomen’. In de kern zijn het kleurvlakken en eenvoudige motieven die een evenwichtige compositie vormen. Zijn kleurrijke schilderkunst levert hem in 1968 de Jacob Hartogprijs op.
In haar monografie stelt Walraven dat Roëdes schilderijen naar geen andere werkelijkheid verwijzen dan naar die van zichzelf. In een interview met Erik Slagter vertelt Roëde, inmiddels 83 jaar, dat hij volkomen associatief en intuïtief te werk gaat. Pas na het gereedkomen van een schilderij kan hij er wel eens een psychologisch relevante situatie in herkennen. Het duurt vaak uren voordat hij aan een schilderij begint en iets op het doek zet. Een schilderij wordt vaktechnisch opgebouwd, maar beslissingen zijn meestal intuïtief. Eerst beginnen met kleur en sfeer, dan pas de figuren. Slagters vraaggesprek eindigt met een van Roëdes credo’s:
Een geslaagd kunstwerk moet de kijker levensvreugde en levensruimte bieden.
Vanaf ongeveer 1970 verandert zijn stijl iets. Walraven geeft aan dat de doeken gemiddeld genomen leger worden en dat de verf gelijkmatiger en gladder over het doek wordt gelegd. De naïeve en aarzelende manier van schilderen neemt af, terwijl de vormen en doeken groter worden. Een voorbeeld is het schilderij in de collectie, getiteld ‘Eiland 5’, uit de jaren ’90.
Roëde was een multi-talent, die actief is geweest in meerdere disciplines. Naast schilderijen maakte hij ontwerpen voor beelden, glaskunst, wandschilderijen en grafiek. In 1955 publiceerde hij een boekje bij Uitgeverij Stols, voor wie hij veel illustraties maakte. Het boekje had als titel ‘Je kunt niet alles begrijpen!’, en bevatte een 60-tal tekeningen en humoristische tekstfragmenten. In de jaren ’90 publiceerde hij mappen met gedichten en etsen onder de titel ‘Humoresque’.
In 2007 overleed Roëde op 92-jarige leeftijd. Hij heeft dan het grootste deel van de 20e eeuw meegemaakt. Hij heeft zijn eigen herkenbare stijl ontwikkeld en een belangrijke bijdrage geleverd aan de Nederlandse kunst in de tweede helft van deze eeuw. Zijn nalatenschap wordt beheerd door de Jan Roëde Stichting.
Bronnen

Tags


Aanbevolen kunststof