Jo Koster
Korenschoven

Over het schilderij
Dit neo-impressionistische schilderij van Jo Koster ademt beweging en licht. Op de voorgrond liggen opgestapelde korenschoven in warme oker-, goud- en lila tinten. De schoven zijn niet glad geschilderd, maar opgebouwd uit korte, duidelijke streken verf. Die streepjestechniek welke kenmerkend is voor het neo-impressionisme, zorgt ervoor dat het licht lijkt te trillen op het stro. Daarachter ontvouwt zich een groen landschap met ranke bomen die hoog boven het veld uitsteken. Hun slanke stammen buigen subtiel, en in de kruinen zie je hoe de wind grip krijgt op het blad. De bladeren zijn geschilderd in losse, ritmische toetsen van blauwgroen, donkergroen en soms een vleugje paars. Door die korte, naast elkaar geplaatste verfstreken ontstaat een vibrerend effect: je voelt bijna hoe de wind door de toppen jaagt. De lucht is licht en beweeglijk, opgebouwd uit zachte penseelstreken in wit, crème en een zweem van violet. Ook hier geen egale vlakken, maar een spel van kleine toetsen die samen een atmosferische, bijna flikkerende hemel vormen. Wat het schilderij zo levendig maakt, is dat niets statisch aanvoelt. De bomen wiegen, het graan lijkt net neergelegd na de oogst, en het hele tafereel staat in verbinding met de wind. De zichtbare streepjes versterken dat gevoel van dynamiek: ze breken het beeld op in kleine energieën die samen één bruisend landschap vormen.
Over de kunstenaar
Jo Koster werd in 1868 geboren als dochter in een officiersgezin. Door de regelmatige overplaatsingen van haar vader kon het gezin nooit echt aan een plaats hechten. Dit is waarschijnlijk een voor de belangrijkste verklaringen voor het feit dat Jo Koster er later als kunstenares zo’n zwervend bestaan op nahield. Op de middelbare school kreeg Jo Koster haar eerste tekenles. Nadat zij talent toonde mocht zij in 1885 naar de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijs in Amsterdam en in 1888 naar de Academie in Rotterdam. Na haar academietijd werkte ze enige tijd in een vrij klassieke wijze als portretschilderes. In 1894 trekt ze naar Parijs en later naar Brussel komt ze in aanraking met de op dat moment in zwang zijnde post-impressionistische experimenten. Als ze naar Nederland terugkomt, vestigt ze zich na enige omzwervingen in het kunstenaarsdorp Laren waar ze beïnvloed wordt door de schilder Ferdinand Hart Nibbrig en in contact komt met de kunstpedagoog H.P. Bremmer. In 1902 verhuist Jo Koster naar Zwolle en ontdekt het nabijgelegen pittoreske Staphorst als onderwerp. Ze verhuist naar Hattem en begint zich, om zich te onderscheiden van andere kunstenaars met de naam Koster, Jo Koster van Hattem te noemen. Door haar contacten met Bremmer en haar schilderwijze wordt ze ook vaak tot de ‘Bremmerianen’ gerekend. Dit mede door haar geheel eigen en in het bijzonder door Vincent van Gogh, Bremmer en Hart Nibrig beïnvloede variatie van het divisionisme. In de jaren 20 en 30 woont en werkt Jo Koster langere tijden in Italië, Frankrijk, Spanje en Duitsland. Werk van Jo Koster is o.a. te vinden in het Voerman museum te Hattem, het Stedelijk Museum Kampen en het Singer Museum te Laren.


