Willem Hussem
Abstracte compositie




Over het schilderij
Dit indrukwekkende olieverfschilderij van Willem Hussem uit 1963 toont een krachtige abstracte compositie tegen een lichtgrijze, haast monochrome achtergrond. Verspreid over het doek liggen brede, pasteuze verfstroken in primaire kleuren rood, blauw en geel, afgewisseld met zwart, wit en fris groen; in het centrum licht een stralende gele cirkel op waar dynamische lijnen en kleurbanen elkaar kruisen. De ritmische penseelstreken en de heldere kleurcontrasten verwijzen naar Hussem’s zoektocht naar eenvoud, balans en innerlijke concentratie, waarin invloeden van zen-boeddhisme en lyrisch-constructivistische abstractie doorklinken. In de vroege jaren zestig ontwikkelde hij zijn kenmerkende beeldtaal van vrije, kalligrafische gebaren en zorgvuldig geordende kleurvlakken, waarmee hij uitgroeide tot een van de belangrijkste naoorlogse abstracte kunstenaars in Nederland. Dit werk uit 1963 is exemplarisch voor Hussem’s meest productieve periode: het verenigt spontane expressie met een bedachtzame compositie en is daarmee een museaal, verzamelwaardig stuk binnen het Nederlandse modernisme. Het schilderij sluit inhoudelijk aan bij de werken waarmee Hussem in deze jaren nationaal en internationaal tentoonstelde, onder meer als vertegenwoordiger van Nederland op de Biënnale van Venetië in 1960. Het schilderij is geschilderd op jute hetgeen een geliefd materiaal was voor Willem Hussem.
Over de kunstenaar
Willem Frans Karel Hussem (1900–1974) werd geboren in Rotterdam en groeide uit tot een van de belangrijkere naoorlogse abstracte kunstenaars in Nederland. Na een opleiding aan de Rotterdamse Academie en lessen bij onder anderen Dirk Nijland vertrok hij in 1919 naar Frankrijk, waar hij tot 1936 verbleef en in Parijs in contact kwam met kunstenaars als Piet Mondriaan en Pablo Picasso, terwijl ook Vincent van Gogh een duidelijke invloed op zijn vroege werk had. Aanvankelijk schilderde Hussem figuratief, maar na zijn terugkeer in Nederland vestigde hij zich in Den Haag en ontwikkelde hij zich geleidelijk tot een abstract werkend kunstenaar, verbonden aan vernieuwende artistieke verbanden als Vrij Beelden, Verve en de Nieuwe Haagse School. Zijn schilderijen, tekeningen en metaalplastieken kenmerken zich door een ogenschijnlijk eenvoudige, maar zeer geconcentreerde beeldtaal van ritmische lijnen, kleurvlakken en kalligrafische tekens, waarin ook zijn interesse voor zenboeddhisme en oosterse filosofie doorklinkt. Naast schilder en beeldhouwer was Hussem een productief dichter; vanaf zijn debuutbundel “De kustlijn” in 1940 publiceerde hij vele poëziebundels, waarin dezelfde soberheid en stilering te herkennen zijn als in zijn beeldende werk. Tijdens zijn leven ontving hij meerdere onderscheidingen, waaronder driemaal de Jacob Marisprijs, en nam hij deel aan belangrijke tentoonstellingen; vandaag is zijn werk vertegenwoordigd in toonaangevende musea zoals Kunstmuseum Den Haag, het Stedelijk Museum Amsterdam en Rijksmuseum Twenthe.
