Jaap Nanninga
Abstracte compositie



Over het schilderij
Deze gouache uit 1958 van Jaap Nanninga toont een half-abstracte, half-figuratieve compositie waarin architectuur en objectvormen in elkaar lijken te schuiven. Het beeldvlak wordt gedomineerd door een reeks geometrische volumes: cilinders, blokken, afgeronde vlakken en hoekige constructies die doen denken aan huizen, silo’s of machines. Ze staan dicht tegen elkaar aan, alsof het een compacte nederzetting of een industriële assemblage betreft. Toch ontbreekt een duidelijk perspectief; de ruimte is eerder gestapeld dan opgebouwd. De kunstenaar gebruikt een beperkt maar krachtig kleurenpalet. De warme, aardachtige ondergrond (beige en oker) vormt een rustige basis waarover brede partijen wit zijn geschilderd. Dat wit lijkt niet alleen verf, maar ook een atmosferische sluier die delen verbergt en andere naar voren haalt. De lijnen zijn schetsmatig en onderzoekend. Met donkere contouren worden vlakken begrensd, maar ze blijven open en beweeglijk, alsof de kunstenaar het beeld al tekenend ontdekt. Sommige arceringen doen denken aan technische schetsen, andere aan kinderlijke symbolen. Daardoor ontstaat een spanning tussen constructie en verbeelding: het werk oogt tegelijk rationeel en speels. Kenmerkend voor de periode rond 1958 is deze zoektocht naar structuur zonder het zichtbare volledig los te laten. Nanninga balanceert tussen herkenbaarheid en abstractie.
Over de kunstenaar
Van jongs af aan voelde Jaap Nanninga zich aangetrokken tot schilderen en tekenen. Hij werkte aanvankelijk als reclameontwerper, maar pas op latere leeftijd begon hij als kunstenaar. Na reizen door Duitsland en Polen vestigde Nanninga zich in 1938 in Den Haag. Hij had in Groningen les gevolgd bij Hendrik Werkman en Jan Wiegers en na de oorlog in Parijs ook bij Geer van Velde, die hem stimuleerde tot het abstracte schilderen; onder invloed van het kubisme en de abstracte kunststromingen in Frankrijk ging hij vanaf circa 1949 min of meer abstract schilderen. De kunstenaars van de jonge en dynamische CoBrA-groep nodigden hem uit zich aan te sluiten bij hun beweging, maar bewust hield hij daar afstand van. Nanninga was niet zo expressief als de leden van Cobra. Hij was een uitgesproken colorist die zocht naar een heel individualistische en poëtische beeldtaal. Oosterse mystiek en 'primitieve culturen' gaven hem inspiratie. Vanaf 1955 was hij aangesloten bij de 'Liga Nieuw Beelden'. Zijn abstracte werk bezit een stevige vormtaal met een subtiele en zachte uitstraling. De waardering voor zijn werk nam vooral in zijn latere jaren toe hetgeen aanvankelijk tot extra productiviteit leidde. Maar de bescheiden Nanninga ging er uiteindelijk onder gebukt. In januari 1962 zei hij: ‘Ik ben kapot, ik kan niets meer, het is afgelopen met mijn schilderen en ik begin er niet meer aan’. Na een tentoonstelling over Slauerhoff in het Letterkundig Museum stopte Nanninga zijn collega Willem Hussem een briefje in de handen waarop stond ‘mijn vader heeft mij opgeroepen’. Vervolgens bezocht hij café De Posthoorn in Den Haag dat hij aangeschoten verliet. Hij reed tegen een tram en overleed. Zijn werk wordt gerekend tot de kunststroming de Nieuwe Haagse School.

