Willy Boers
Muzikale abstracte compositie



Over het schilderij
Deze aquarel uit 1953 van Willy Boers toont een levendige, abstracte compositie waarin gebaar en ritme centraal staan. Over een lichte, bijna ongeprepareerde papiergrond ligt een brede waas van zacht roze die als een atmosfeer door het hele beeld zweeft. Deze kleur fungeert niet als vlakke achtergrond, maar als een verbindend veld waarin alle vormen lijken te drijven. Daaroverheen zijn krachtige, zwarte penseelstreken gezet: hoekig, kalligrafisch en soms haast schriftachtig. Ze suggereren tekens of constructies zonder herkenbare voorstelling te worden. Sommige lijnen kruisen elkaar als een skelet van palen en verbindingen, terwijl andere meer vrij zweven, waardoor een spanningsveld ontstaat tussen structuur en spontaniteit. De verf is zichtbaar met variërende druk aangebracht, namelijk van droge, rafelige randen tot volle, inktachtige vegen. Tussen de donkere lijnen liggen okergele accenten die het geheel oplichten. Ze werken als visuele pulsen en brengen warmte in de compositie. Koelere grijsblauwe streken balanceren dit weer uit en geven diepte, alsof er verschillende ruimtelagen door elkaar heen schuiven. Het beeld oogt spontaan maar tegelijk zorgvuldig opgebouwd. Er ontstaat een ritme van herhaling en onderbreking: verticale bewegingen worden doorsneden door horizontale en gebogen lijnen, waardoor de blik voortdurend blijft rondgaan. De aquarel bezit een muzikale kwaliteit waarin kleur en gebaar belangrijker zijn dan vorm. Het resultaat is een energiek, modernistisch werk dat de overgang toont van figuratie naar vrije abstractie.
Over de kunstenaar
Willy Herman Friederich Boers was een invloedrijke Nederlandse schilder, tekenaar, beeldhouwer en exponent van de naoorlogse abstracte kunst in Nederland. Boers begon zijn loopbaan als restaurateur van schilderijen, maar ontwikkelde zich al snel tot een autodidactisch kunstenaar. In de jaren dertig werkte hij vooral figuratief met portretten, landschappen en stillevens, maar na de Tweede Wereldoorlog maakte hij een radicale overstap naar volledige abstractie, met duidelijke invloeden van kunstenaars als Wassily Kandinsky gekregen tijdens zijn verblijf in Parijs. In 1946 was hij mede‑oprichter van de groep Vrij Beelden — samen met onder anderen Ger Gerrits, Willem van Hussem, Piet Ouborg en Jan Roëde (die experimenteerde met abstracte en experimentele beeldtaal en regelmatig exposeerde in het Stedelijk Museum in Amsterdam). Later, in 1950, richtte Boers samen met o.a. Eugène Brands en Anton Rooskens de vereniging "Creatie" op, die zich richtte op "absolute kunst", volledig toegelegd op abstracte schilderkunst. Boers’ werk uit de jaren vijftig en zestig kenmerkt zich door abstracte composities met een krachtige vorm- en kleurbehandeling, en rond 1970 experimenteerde hij ook met geometrische abstractie en collages. Hij schreef daarnaast talrijke artikelen over abstracte kunst, waarmee hij een belangrijke stem was in de theoretische discussie rond moderne kunst in Nederland. Zijn werk is opgenomen in museale collecties in Nederland, waaronder onder meer het Rijksmuseum Amsterdam en het Cobra Museum voor Moderne Kunst.

