Co Breman
IJssel (bij Deventer)



Over het schilderij
Dit schilderij ademt bijna letterlijk licht. We kijken uit over een brede, verstilde rivier (vermoedelijk de IJssel bij Deventer) waarbij de horizon oplost in een zachte sluier van nevel en zonlicht. De compositie is uiterst eenvoudig: water, oever en lucht vloeien bijna ongemerkt in elkaar over. Juist die eenvoud maakt het werk zo krachtig. Wat direct opvalt, is het sterke tegenlicht. De zon staat waarschijnlijk laag en recht voor de schilder, waardoor contouren vervagen en de wereld lijkt op te lossen in atmosferische trillingen. De kleuren zijn uiterst subtiel gehouden: parelgrijze, lichtblauwe en warme zandkleurige tonen domineren het beeld. In plaats van scherpe details kiest Breman voor een indruk van een moment, een stemming. De oevers en bomen verschijnen slechts als zachte silhouetten, terwijl de rivier het licht weerspiegelt als een bijna spiegelend vlak. Deze behandeling van licht is kenmerkend voor Co Breman. Hij behoorde tot de belangrijkste Nederlandse luministen en pointillisten en was bijzonder geïnteresseerd in de werking van zonlicht en atmosfeer. Samen met onder anderen Ferdinand Hart Nibbrig behoorde hij tot de eerste kunstenaars in Nederland die experimenteerden met een schilderkunst waarin licht het eigenlijke onderwerp werd. De identificatie als de IJssel bij Deventer is zeer aannemelijk. Breman schilderde dit onderwerp vaker. In vergelijkbare werken zijn vanaf de overzijde van de rivier de contouren van de stad zichtbaar, waaronder de torens van de Lebuïnuskerk en de Bergkerk. Kunsthistorische beschrijvingen vermelden dat hij Deventer vaak vanuit de omgeving van De Worp of noordwestelijk van de stad weergaf. Wat dit schilderij bijzonder maakt, is dat het nauwelijks een topografische weergave wil zijn. Het gaat Breman minder om de rivier of de stad zelf dan om de ervaring van een warme, lichte dag aan het water. De vormen lossen op in een bijna droomachtige waas; de atmosfeer wordt belangrijker dan de werkelijkheid. Daardoor krijgt het werk iets verstilds en meditatiefs.
Over de kunstenaar
Co Breman wordt samen met Jan Toorop en Ferdinand Hart Nibbrig gerekend tot de voornaamste pointillisten van ons land. Het pointillisme, voor het eerst door George Seurat en Paul Signac toegepast in de jaren tachtig van de negentiende eeuw in Parijs, bestaat uit het aanbrengen op het doek van stipjes verf in ongemengde kleuren. In plaats van stipjes zetten sommige pointillisten kleine, korte verfstreekjes op het doek of een combinatie van stipjes en streekjes. Door deze techniek komt het licht in het schilderij echt tot leven. Het effect is vooral goed te zien als de beschouwer op enige afstand staat van het schilderij. Co Breman (1865-1938) gaat in 1889 naar Brussel waar hij een paar jaar lessen volgt aan de kunstacademie. Als hij daarna naar Parijs gaat om zich verder te bekwamen in het schildersvak, ziet hij het werk van Seurat en Signac. Breman is onder de indruk van het warme en heldere licht dat kunstenaars uit hun tubes weten te krijgen. Terug in Nederland vestigt Co Breman zich in het Gooi (eerst in Blaricum, vervolgens in Laren) waar hij aansluiting vindt bij de schilders van de Larense School. Zijn schilderijen in neo-impressionistische stijl zijn helder en fel van kleur. Het publiek en de recensenten moeten aanvankelijk wennen aan het bijzondere, vibrerende licht op zijn schilderijen, maar al gauw vindt zijn werk een weg naar vele kopers. Zowel in binnen- als buitenland zijn de schilderijen van Breman geliefd. Co Breman past de stippeltechniek ook toe bij zijn landschappen. Met stippen in allerlei pasteltinten geeft het zijn schilderijen een zonnige en intense uitstraling. Je voelt bijna de weldadige warmte van de zon op je huid. Breman trouwt in 1910 met kunstenaar Lizzy Schouten. Samen gaan ze op studiereis naar Italië, waar beide kunstenaars veel inspiratie opdoen en van het goede leven genieten. Op het tweejarig verblijf in Italië na, blijft Breman de rest van zijn leven in het Gooi wonen. Hij speelt een belangrijke rol in het culturele leven van Laren en Blaricum. Hij exposeert er met enige regelmaat is en is jarenlang nauw betrokken bij de plaatselijke kunstenaarsvereniging. Ondanks zijn binding met het Gooi blijft zijn geboortegrond een allesbepalende factor spelen in zijn werk. De IJssel is een belangrijke inspiratiebron voor Breman. Hij zit er graag aan de oevers, het liefst in de ochtendzon, om het meanderende landschap vast te leggen in olieverf. Werk van Breman is opgenomen in o.a. de vaste collectie van het Singer museum te Laren.



