Willem Hussem
Compositie 1967



Over het schilderij
Het schilderij uit 1967 van Willem Hussem ontvouwt zich als een stille, doordachte compositie waarin eenvoud en beweging elkaar ontmoeten. Tegen een warme, zalmroze achtergrond schuiven grote, afgeronde vormen het beeld binnen, alsof ze net buiten het doek hun oorsprong hebben. Een brede, witte baan slingert zich door het midden, kruist zichzelf en verbindt de verschillende vlakken met een vanzelfsprekende rust. Het wit is niet strak of klinisch, maar levendig en tastbaar; je ziet hoe de verf is aangebracht, hoe de hand van de kunstenaar nog aanwezig is in elke streek. Aan de randen verschijnen diepe kleurvelden, d.w.z. een intens rood dat overgaat in zwart linksonder, een helder blauw met een donker accent rechtsboven, en een donker, bijna aards vlak linksboven. Deze vormen lijken afgesneden, als fragmenten van een groter geheel dat zich buiten het kader voortzet. Juist daardoor krijgt het schilderij een zekere spanning: het is tegelijk begrensd en open, ingetogen en dynamisch. Wat het werk bijzonder maakt, is de balans die Hussem weet te vinden. De ronde vormen verzachten, terwijl de witte banen richting geven en structuur aanbrengen. Alles lijkt op zijn plaats, zonder dat het statisch wordt. Het schilderij ademt een kalme ritmiek, een soort visuele muziek waarin elke vorm en kleur precies op het juiste moment klinkt. De originele aluminium lijst omlijst het geheel op subtiele wijze. Het koele, sobere materiaal contrasteert mooi met de warme kleuren en de zichtbare penseelstreken, zonder de aandacht op te eisen. Integendeel, de lijst versterkt de helderheid van de compositie en geeft het werk een tijdloze, bijna architectonische uitstraling. Dit past goed bij de abstracte vormentaal van de jaren zestig. Zo vormt het schilderij, samen met zijn aluminium lijst, een harmonieus geheel: ingetogen, maar krachtig; eenvoudig, maar rijk aan nuance. Een werk dat niet schreeuwt om aandacht, maar die stil en overtuigend vasthoudt.
Over de kunstenaar
Willem Frans Karel Hussem (1900–1974) werd geboren in Rotterdam en groeide uit tot een van de belangrijkere naoorlogse abstracte kunstenaars in Nederland. Na een opleiding aan de Rotterdamse Academie en lessen bij onder anderen Dirk Nijland vertrok hij in 1919 naar Frankrijk, waar hij tot 1936 verbleef en in Parijs in contact kwam met kunstenaars als Piet Mondriaan en Pablo Picasso, terwijl ook Vincent van Gogh een duidelijke invloed op zijn vroege werk had. Aanvankelijk schilderde Hussem figuratief, maar na zijn terugkeer in Nederland vestigde hij zich in Den Haag en ontwikkelde hij zich geleidelijk tot een abstract werkend kunstenaar, verbonden aan vernieuwende artistieke verbanden als Vrij Beelden, Verve en de Nieuwe Haagse School. Zijn schilderijen, tekeningen en metaalplastieken kenmerken zich door een ogenschijnlijk eenvoudige, maar zeer geconcentreerde beeldtaal van ritmische lijnen, kleurvlakken en kalligrafische tekens, waarin ook zijn interesse voor zenboeddhisme en oosterse filosofie doorklinkt. Naast schilder en beeldhouwer was Hussem een productief dichter; vanaf zijn debuutbundel “De kustlijn” in 1940 publiceerde hij vele poëziebundels, waarin dezelfde soberheid en stilering te herkennen zijn als in zijn beeldende werk. Tijdens zijn leven ontving hij meerdere onderscheidingen, waaronder driemaal de Jacob Marisprijs, en nam hij deel aan belangrijke tentoonstellingen; vandaag is zijn werk vertegenwoordigd in toonaangevende musea zoals Kunstmuseum Den Haag, het Stedelijk Museum Amsterdam en Rijksmuseum Twenthe.
